Naar aanleiding van het ontslag van de heer Jeffrey Van De Vijver als lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst, dient er een verkiezing voor een nieuw lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst plaats te vinden. De voordrachtsakte werd bezorgd aan de algemeen directeur op 9 september 2021.
Voorgesteld wordt om het agendapunt 'Verkiezing van een nieuw lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst op basis van de voordrachtsakte - Aktename.' bij spoedeisendheid toe toe voegen aan de agenda. De spoedeisendheid wordt gemotiveerd door het feit dat er snel wil voorzien worden in een vervanging van de ontslagnemende mandataris.
In de akte van voordracht, op basis waarvan de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst tijdens de raad voor maatschappelijk welzijn van 3 januari 2019 werden verkozen, werd geen opvolger aangeduid voor de heer Jeffrey Van De Vijver.
De leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van de lijst die het ontslagnemend lid heeft voorgedragen, hebben samen een kandidaat-lid kunnen voordragen via een nieuwe voordrachtsakte.
De voordrachtsakte werd ontvangen aan de algemeen directeur op 9 september 2021, hierdoor werd voldaan aan artikel 95 van het Decreet Lokaal Bestuur, die bepaald dat de voordrachtsakte uiterlijk acht dagen voor de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn waarop de geloofsbrieven van het nieuw lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst en de opvolger zullen worden onderzocht, aan de algemeen directeur moeten worden bezorgd.
De algemeen directeur bezorgde een afschrift van de akte aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn. De voordrachtsakte voldoet aan de vereisten, zoals vermeld in artikel 92 van het Decreet Lokaal Bestuur en wordt ontvankelijk verklaard.
In de bijgevoegde voordrachtsakte wordt mevrouw Martine Cools voorgedragen als kandidaat-lid voor het bijzonder comité voor de sociale dienst.
De verkiezing als lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst vereist dat de geloofsbrieven van het kandidaat-lid worden onderzocht om na te gaan of het kandidaat-lid nog voldoet aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden en zich niet in één van de gevallen van onverenigbaarheid bevindt zoals voorzien in artikel 10 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Door mevrouw Martine Cools werden navolgende documenten ingediend:
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt vast dat de geloofsbrieven van mevrouw Martine Cools goedgekeurd kunnen worden.
Mevrouw Martine Cools legt de eed af in handen van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn. Er wordt een proces-verbaal opgemaakt dat ondertekend wordt door de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en door de algemeen directeur en wordt bezorgd aan de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Door de aanstelling van mevrouw Martine Cools wordt geen afbreuk gedaan aan de rechtsgeldige samenstelling van het bijzonder comité voor de sociale dienst, zoals bepaald in artikel 94 van het Decreet Lokaal Bestuur, dat bepaald dat het comité bestaat uit personen van verschillend geslacht.
Art. 1- De raad voor maatschappelijk welzijn neemt akte an de tijdige en ontvankelijke akte van voordracht, waarbij mevrouw Martine Cools, geboren te Sint-Laureins op 24 februari 1958, wonende te Blekkersdijk 6, 9988 Sint-Laureins als het kandidaat-lid wordt voor het bijzonder comité voor de sociale dienst wordt voorgedragen.
Art. 2- De geloofsbrieven voor de hoedanigheid van lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst van mevrouw Martine Cools worden goedgekeurd.
Art. 3- De raad voor maatschappelijk welzijn neemt er akte van dat het kandidaat-lid, mevrouw Martine Cools, verkozen verklaard wordt als lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Art. 4- Betrokkene wordt derhalve toegelaten tot het afleggen van de eed zoals bepaald in artikel 96, §1 van het Decreet Lokaal Bestuur, waarbij zij in de functie zal treden als titelvoerend lid van het bijzonder comité van de sociale dienst. De eedaflegging gebeurt in alleen ten overstaan van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en in aanwezigheid van de algemeen directeur.
Art. 5- Het proces-verbaal van eedaflegging wordt ondertekend door de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en door de algemeen directeur en wordt bezorgd aan de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst.