De voorzitter opent de zitting om 20:20.
De raad voor maatschappelijk welzijn geeft goedkeuring aan het zittingsverslag en de notulen van de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 januari 2021.
Op 21 januari 2021 vond een zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn plaats.
Het zittingsverslag, alsook de notulen van de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 januari 2021 worden ter goedkeuring voorgelegd.
Art. 1- De raad voor maatschappelijk welzijn geeft goedkeuring aan het zittingsverslag en de notulen van de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 januari 2021.
Er wordt een raadslid voorgedragen als vertegenwoordiger van het OCMW Sint-Laureins, in de algemene vergadering van de intergemeentelijke vereniging Veneco.
Er wordt een raadslid voorgedragen als plaatsvervangende vertegenwoordiger van het OCMW Sint-Laureins, in de algemene vergadering van de intergemeentelijke vereniging Veneco.
De burgemeester wordt voorgedragen als bestuurder binnen de raad van bestuur van Veneco, als vertegenwoordiger van het OCMW Sint-Laureins, met ingang van 1 april 2021.
Er wordt tijdelijk, vanaf heden tot en met 31 maart 2021 volmacht gegeven aan de voorzitter van Veneco om het OCMW van Sint-Laureins te verteenwoordigen in de raad van bestuur van Veneco.
De buitengewone algemene vergadering van Veneco van 10 december 2020 hechtte met unanimiteit haar goedkeuring aan de toetreding van het OCMW Sint-Laureins.
Er dient een vertegenwoordiging te zijn vanuit OCMW Sint-Laureins binnen de algemene vergadering en de raad van bestuur.
Door de heer Franki Van de Moere, burgemeester, wordt een toelichting gegeven.
Veneco heeft diverse formele organen waarin de deelnemers worden vertegenwoordigd.
De algemene vergadering
De algemene vergadering is samengesteld uit de vertegenwoordiger van de deelnemers. Over de hoedanigheid van de vertegenwoordigers heeft het decreet lokaal bestuur niets bepaald. De raad voor maatschappelijk welzijn is dus vrij om aan te duiden (dit mag ook de persoon zijn die reeds is aangeduid als de vertegenwoordiger in de gemeenteraad).
De vertegenwoordiger in de algemene vergadering, wordt aangeduid voor de volledige legislatuur. Dit moet wel een andere persoon zijn dan het lid van de raad van bestuur.
Er wordt voorgesteld om de heer Luc De Meyere aan te duiden als vertegenwoordiger van het OCMW Sint-Laureins binnen de algemene vergadering. Hij is reeds vertegenwoordiger van de gemeente Sint-Laureins binnen de algemene vergadering. (cfr. gemeenteraadsbeslissing van 21 februari 2019).
Er wordt voorgesteld om de heer Jan Roets aan te duiden als plaatsvervangende vertegenwoordiger van het OCMW Sint-Laureins binnen de algemene vergadering. Hij is reeds plaatsvervangende vertegenwoordiger van de gemeente Sint-Laureins binnen de algemeen vergadering. (cfr. gemeenteraadsbeslissing van 21 februari 2019).
De raad van bestuur
De raad van bestuur telt maximum 15 leden. Maximaal twee derden van de leden is van hetzelfde geslacht.Er worden gezorgd voor een voldoende geografische spreiding.
Na de verkiezingen tot algehele vernieuwing van de gemeenteraden, zal de ontslagnemende raad van bestuur de aandeelhouders raadplegen omtrent de verdeling van de voordrachtsrechten voor drie opeenvolgende periodes van 2 jaar, waarbij elke bestuurder door maximaal één aandeelhouder kan worden voorgedragen. Rekening houdend met het resultaat van deze raadpleging, zal de raad van bestuur een voorstel doen over de verdeling van de voordrachtsrechten over de aandeelhouders. Het voorstel van de raad van bestuur is bindend voor de aandeelhouders.
Elk van de aandeelhouders draagt voor die van de 3 periodes waarvoor hij over een voordrachtsrecht beschikt vervolgens zijn kandidaat-bestuurders voor. De aandeelhouders die voor een bepaalde periode niet beschikken over een voordrachtsrecht kunnen aangeven dat zij zich voor die periode aansluiten bij de voordracht van één andere aandeelhouder die wel over een voordrachtsrecht beschikt. Doen zij dit niet, dan worden zij in de betrokken periode vertegenwoordigde door de voorzitter van de raad van bestuur.
De raad van bestuur van 14 januari 2021 besliste geen wijziging door te voeren in de verdeling van de voordrachtsrechten. Dit betekent dat OCMW Sint-Laureins, ingevolge de statutaire bepalingen, kan vertegenwoordigd worden door de voorzitter of een bestuurder naar keuze.
De heer Franki Van de Moere, burgemeester, is reeds lid van de raad van bestuur (cfr. gemeenteraadsbeslissing van 21 februari 2019). Er wordt dan ook voorgesteld om hem aan te duiden als lid van de raad van bestuur.
De voorzitter vraagt de stemming voor het agendapunt: 'Veneco - Aanduiden van een vertegenwoordiger van het OCMW Sint-Laureins in de algemene vergadering en de raad van bestuur.'
Art. 1- De heer Luc De Meyere, gemeenteraadslid, wordt voorgedragen als vertegenwoordiger van het OCMW Sint-Laureins, in de algemene vergadering van de intergemeentelijke vereniging Veneco voor de resterende periode van de legislatuur 2020 – 2025.
Art. 2- De heer Jan Roets, gemeenteraadsvoorzitter, wordt voorgedragen als plaatsvervangende vertegenwoordiger van het OCMW Sint-Laureins, in de algemene vergadering van de intergemeentelijke vereniging Veneco voor de resterende periode van de legislatuur 2020 – 2025.
Art. 3- De heer Franki Van de Moere, burgemeester, wordt voorgedragen als bestuurder binnen de raad van bestuur van Veneco, als vertegenwoordiger van het OCMW Sint-Laureins met ingang van 1 april 2021 voor de resterende periode van de legislatuur 2020 – 2025.
Art. 4- Er wordt tijdelijk, vanaf heden tot en met 31 maart 2021 volmacht gegeven aan de voorzitter van Veneco om het OCMW van Sint-Laureins te vertegenwoordigen in de raad van bestuur van Veneco.
Art. 5- De intergemeentelijke samenwerking Veneco wordt op de hoogte gebracht van deze beslissing.
Deze beslissing is van toepassing op personeelsleden tewerkgesteld in het woonzorgcentrum. Met uitzondering van het personeel dat een attractiviteitspremie ontvangt, verhoogt de raad van maatschappelijk welzijn het variabel bedrag van de berekening van de eindejaarstoelage van het jaar 2020 met 1,1%, rekening houdend met de prestatiebreuk van het personeelslid, zodat de nieuwe berekeningswijze voor een voltijds equivalent als volgt is: 1.288,43 euro vast bedrag + 3,6% variabel bedrag (+1,1%) = nieuw bedrag eindejaarstoelage 2020 (VTE).
Voor het personeel in de ouderenzorg dat tot nu toe een attractiviteitspremie ontving, verhoogt de raad voor maatschappelijk welzijn het vast bedrag tot 1.288,43 euro (inclusief het bedrag van de attractiviteitspremie 2020) en het variabel bedrag van de berekening van de eindejaarstoelage van het jaar 2020 met 1,1%, rekening houdend met de prestatiebreuk van het personeelslid, zodat de nieuwe berekeningswijze voor een voltijds equivalent als volgt is: 1.288,43 euro vast bedrag (inclusief het bedrag van de attractiviteitspremie 2020) + 3,6% variabel bedrag (+1,1%) = nieuw bedrag eindejaarstoelage 2020 (VTE).
Op 24 november 2020 sloten de Vlaamse regering, de vakbonden en de werkgeversfederaties in de publieke en private socialprofitsectoren een voorakkoord over een opwaardering van een aantal sectoren waaronder de zorgvoorzieningen. Dit moeten leiden tot een betere verloning, meer mensen op de werkvloer en meer werkbaar werk.
De Vlaamse regering maakt hiervoor vanaf januari 2021 elk jaar 577 miljoen euro vrij: 412 miljoen euro voor koopkracht en 165 miljoen euro voor kwaliteit. Het voorakkoord biedt perspectief voor een blijvende opwaardering van maar liefst 180.000 mensen, waarvan 40.000 in de publieke sector.
In uitvoering van dit voorakkoord sloten de sociale partners en de Vlaamse regering op 22 december 2020 een VIA6-akkoord met koopkrachtmaatregelen voor de publieke sector af. Hierover werd op 23 december 2020 onderhandeld in het comité C1 voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, onderafdeling Vlaams Gewest en Vlaamse Gemeenschap.
Door de heer Hugo Coene, schepen, wordt een toelichting gegeven.
Eén van de maatregelen in het VIA6-akkoord is de verhoging van de eindejaarstoelage van het jaar 2020. Omwille van de corona-crisis wensen de sociale partners op zeer korte termijn een financiële waardering te geven aan het personeel in de VIA-zorgsectoren.
De verhoging van de eindejaarstoelage van het jaar 2020 wordt toegekend aan het personeel tewerkgesteld in de sectoren die onder het toepassingsgebied van het VIA6-akkoord van 22 december 2020 ressorteren, maar met uitzondering van het personeel van de socio-culturele sector (vrijetijdsdiensten, jeugddiensten, sportdiensten…).
De verhoging van de eindejaarstoelage voor het zorgpersoneel geldt voor al het personeel dat in de DMFA-aangifte een VIA-deelcode heeft toegewezen gekregen, met uitzondering van de deelcodes 102 (dienstencheques) en 500-512 (socio-culturele sector). Personeel tewerkgesteld met VIA-code 509 (lokale diensteneconomie) moet meegenomen worden voor de eenmalige verhoging van de eindejaarstoelage, als deze personen van de lokale diensteconomie tewerkgesteld zijn in één van de VIA sectoren.
Het al dan niet toekennen van een VIA-deelcode is op zich geen element om te besluiten dat iemand wel of geen recht heeft op de koopkrachtmaatregelen en op de verhoging van de eindejaarstoelage in het bijzonder, maar het is eerder een administratieve bevestiging dat het om VIA-personeel gaat.
In voorkomend geval is een rechtzetting van de juiste VIA-deelcode noodzakelijk is, omdat de omvang van de subsidies van de Vlaamse overheid ervan afhangt en ook de verdere verdeling van deze subsidies aan elk individueel bestuur.
Voor wat het ondersteunend personeel in de welzijns-, zorg- en gezondheidsvoorzieningen betreft, heeft het bestuur enige beleidsmarge om te oordelen dat een ondersteunend personeelslid onder het VIA-toepassingsgebied valt en dus als VIA-personeelslid (met de bijhorende VIA-deelcode) wordt beschouwd.
Het criterium om de afweging (wel of niet-VIA-personeelslid) te maken, kan zijn door te kijken naar de hoofdactiviteit: wie voor het grootste deel van zijn tijd de ondersteuning doet van VIA-diensten, zou dus ook als VIA-personeelslid kunnen beschouwd worden. Een ander argument kan de fairheid zijn: bijv. alle medewerkers van de ondersteunende dienst zijn wel/geen VIA-personeelslid.
Concreet wordt het variabel bedrag van de eindejaarstoelage van 2020 verhoogd met 1,1%. Voor het personeel in de ouderenzorg dat momenteel een lagere eindejaarstoelage (attractiviteitspremie) ontvangt, wordt het vast bedrag van de eindejaarstoelage van 2020 bovendien verhoogd zodat het vast bedrag 1.288,43 euro bedraagt.
De verhogingen mogen in het totaal nooit leiden tot een eindejaarstoelage die hoger is dan een twaalfde van het jaarsalaris.
Er moet niet meer onderhandeld worden met de vakbonden over de verhoging van de eindejaarstoelage: de onderhandelingen hebben al plaatsgevonden op het niveau van het Comité C1 op 23 december 2020.
Het Agentschap van het Binnenlands Bestuur informeert dat de hoogte van het vast bedrag van de eindejaarstoelage van het jaar 2020, die 1.288,43 euro bedraagt.
De VIA-6-akkoorden voorzien in een verhoging van de eindejaarstoelage voor bepaalde groepen, retroactief vanaf 2020. Voor bepaalde besturen kan dit betekenen dat de (uitgaven) budgetten voor 2020 overschreden worden. In theorie staat hier een even grote subsidie tegenover, wat maakt dat het geen impact heeft op de financiële evenwichten.
Gezien voorliggend voorstel niet resulteert in een uitgaande nettokasstroom, verleent de financieel directeur hiervoor een positief advies.
De voorzitter vraagt de stemming voor het agendapunt: 'Verhoging van de eindejaarstoelage van het jaar 2020 voor het zorgpersoneel naar aanleiding van het VIA6-akkoord van 22 december 2020.'
Art. 1- Deze beslissing is van toepassing op personeelsleden tewerkgesteld in het woonzorgcentrum.
Art. 2- Met uitzondering van het personeel dat een attractiviteitspremie ontvangt, verhoogt de raad van maatschappelijk welzijn het variabel bedrag van de berekening van de eindejaarstoelage van het jaar 2020 met 1,1%, rekening houdend met de prestatiebreuk van het personeelslid, zodat de nieuwe berekeningswijze voor een voltijds equivalent als volgt is: 1.288,43 euro vast bedrag + 3,6% variabel bedrag (+1,1%) = nieuw bedrag eindejaarstoelage 2020 (VTE).
Art. 3- Voor het personeel in de ouderenzorg dat tot nu toe een attractiviteitspremie ontving, verhoogt de raad voor maatschappelijk welzijn het vast bedrag tot 1.288,43 euro (inclusief het bedrag van de attractiviteitspremie 2020) en het variabel bedrag van de berekening van de eindejaarstoelage van het jaar 2020 met 1,1%, rekening houdend met de prestatiebreuk van het personeelslid, zodat de nieuwe berekeningswijze voor een voltijds equivalent als volgt is: 1.288,43 euro vast bedrag (inclusief het bedrag van de attractiviteitspremie 2020) + 3,6% variabel bedrag (+1,1%) = nieuw bedrag eindejaarstoelage 2020 (VTE).
Art. 4- De algemeen directeur neemt de nodige maatregelen opdat de personeelsleden bedoeld in artikel 1 het verschil, met name de verhoging van de eindejaarstoelage van het jaar 2020 zoals bepaald in artikel 2 respectievelijk in artikel 3, ontvangen.
De voorzitter sluit de zitting om 20:45.
Jan Roets
Voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn