Terug
Gepubliceerd op 26/02/2021

Besluit  ORD - OCMW raad

do 18/02/2021 - 20:20

3. Verhoging van de eindejaarstoelage van het jaar 2020 voor het zorgpersoneel naar aanleiding van het VIA6-akkoord van 22 december 2020 - Goedkeuring.

Aanwezig: Jan Roets, Voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn
Franki Van de Moere, Burgemeester
Claudine Bonamie, Carlos Bonamie, Hugo Coene, Tom Lacres, Schepenen
Patrick De Greve, Bart Van de Keere, Franky Cornelis, Luc De Meyere, Kristof Goethals, Johan Francque, Sylvie Bruyninckx, Dirk Hoste, Sylvie Van De Velde, Robert Maenhout, Ingrid De Sutter, Leden van de raad voor maatschappelijk welzijn
Linda Turpyn, Algemeen directeur

Op 24 november 2020 sloten de Vlaamse regering, de vakbonden en de werkgeversfederaties in de publieke en private socialprofitsectoren een voorakkoord over een opwaardering van een aantal sectoren waaronder de zorgvoorzieningen. Dit moeten leiden tot een betere verloning, meer mensen op de werkvloer en meer werkbaar werk.

De Vlaamse regering maakt hiervoor vanaf januari 2021 elk jaar 577 miljoen euro vrij: 412 miljoen euro voor koopkracht en 165 miljoen euro voor kwaliteit. Het voorakkoord biedt perspectief voor een blijvende opwaardering van maar liefst 180.000 mensen, waarvan 40.000 in de publieke sector.

In uitvoering van dit voorakkoord sloten de sociale partners en de Vlaamse regering op 22 december 2020 een VIA6-akkoord met koopkrachtmaatregelen voor de publieke sector af. Hierover werd op 23 december 2020 onderhandeld in het comité C1 voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, onderafdeling Vlaams Gewest en Vlaamse Gemeenschap.

  • Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 77 en 78.
  • Het VIA6-voorakkoord van 24 november 2020 dat voor de private en publieke socialprofitsectoren werd afgesloten.
  • Het VIA6-akkoord met koopkrachtmaatregelen voor de publieke sector dat de sociale partners en de Vlaamse regering op 22 december 2020 bereikt hebben, en waarover onderhandeld werd in het Vlaams onderhandelingscomité C1 van 23 december 2020.
  • Inkomende brief van de Vlaamse Regering van 23 december 2020 betreffende de uitvoering deelakkoord VIA 6 - koopkrachtmaatregelen publieke sector.

Door de heer Hugo Coene, schepen, wordt een toelichting gegeven.

 

Eén van de maatregelen in het VIA6-akkoord is de verhoging van de eindejaarstoelage van het jaar 2020. Omwille van de corona-crisis wensen de sociale partners op zeer korte termijn een financiële waardering te geven aan het personeel in de VIA-zorgsectoren.

De verhoging van de eindejaarstoelage van het jaar 2020 wordt toegekend aan het personeel tewerkgesteld in de sectoren die onder het toepassingsgebied van het VIA6-akkoord van 22 december 2020 ressorteren, maar met uitzondering van het personeel van de socio-culturele sector (vrijetijdsdiensten, jeugddiensten, sportdiensten…).

De verhoging van de eindejaarstoelage voor het zorgpersoneel geldt voor al het personeel dat in de DMFA-aangifte een VIA-deelcode heeft toegewezen gekregen, met uitzondering van de deelcodes 102 (dienstencheques) en 500-512 (socio-culturele sector). Personeel tewerkgesteld met VIA-code 509 (lokale diensteneconomie) moet meegenomen worden voor de eenmalige verhoging van de eindejaarstoelage, als deze personen van de lokale diensteconomie tewerkgesteld zijn in één van de VIA sectoren.

Het al dan niet toekennen van een VIA-deelcode is op zich geen element om te besluiten dat iemand wel of geen recht heeft op de koopkrachtmaatregelen en op de verhoging van de eindejaarstoelage in het bijzonder, maar het is eerder een administratieve bevestiging dat het om VIA-personeel gaat.

In voorkomend geval is een rechtzetting van de juiste VIA-deelcode noodzakelijk is, omdat de omvang van de subsidies van de Vlaamse overheid ervan afhangt en ook de verdere verdeling van deze subsidies aan elk individueel bestuur.

Voor wat het ondersteunend personeel in de welzijns-, zorg- en gezondheidsvoorzieningen betreft, heeft het bestuur enige beleidsmarge om te oordelen dat een ondersteunend personeelslid onder het VIA-toepassingsgebied valt en dus als VIA-personeelslid (met de bijhorende VIA-deelcode) wordt beschouwd.

Het criterium om de afweging (wel of niet-VIA-personeelslid) te maken, kan zijn door te kijken naar de hoofdactiviteit: wie voor het grootste deel van zijn tijd de ondersteuning doet van VIA-diensten, zou dus ook als VIA-personeelslid kunnen beschouwd worden. Een ander argument kan de fairheid zijn: bijv. alle medewerkers van de ondersteunende dienst zijn wel/geen VIA-personeelslid.

Concreet wordt het variabel bedrag van de eindejaarstoelage van 2020 verhoogd met 1,1%. Voor het personeel in de ouderenzorg dat momenteel een lagere eindejaarstoelage (attractiviteitspremie) ontvangt, wordt het vast bedrag van de eindejaarstoelage van 2020 bovendien verhoogd zodat het vast bedrag 1.288,43 euro bedraagt.

De verhogingen mogen in het totaal nooit leiden tot een eindejaarstoelage die hoger is dan een twaalfde van het jaarsalaris.

Er moet niet meer onderhandeld worden met de vakbonden over de verhoging van de eindejaarstoelage: de onderhandelingen hebben al plaatsgevonden op het niveau van het Comité C1 op 23 december 2020.

Het Agentschap van het Binnenlands Bestuur informeert dat de hoogte van het vast bedrag van de eindejaarstoelage van het jaar 2020, die 1.288,43 euro bedraagt.

De VIA-6-akkoorden voorzien in een verhoging van de eindejaarstoelage voor bepaalde groepen, retroactief vanaf 2020. Voor bepaalde besturen kan dit betekenen dat de (uitgaven) budgetten voor 2020 overschreden worden. In theorie staat hier een even grote subsidie tegenover, wat maakt dat het geen impact heeft op de financiële evenwichten.

Gezien voorliggend voorstel niet resulteert in een uitgaande nettokasstroom, verleent de financieel directeur hiervoor een positief advies.

De voorzitter vraagt de stemming voor het agendapunt: 'Verhoging van de eindejaarstoelage van het jaar 2020 voor het zorgpersoneel naar aanleiding van het VIA6-akkoord van 22 december 2020.'

Publieke stemming
Aanwezig: Jan Roets, Franki Van de Moere, Claudine Bonamie, Carlos Bonamie, Hugo Coene, Tom Lacres, Patrick De Greve, Bart Van de Keere, Franky Cornelis, Luc De Meyere, Kristof Goethals, Johan Francque, Sylvie Bruyninckx, Dirk Hoste, Sylvie Van De Velde, Robert Maenhout, Ingrid De Sutter, Linda Turpyn
Voorstanders: Jan Roets, Franki Van de Moere, Claudine Bonamie, Carlos Bonamie, Hugo Coene, Tom Lacres, Patrick De Greve, Bart Van de Keere, Franky Cornelis, Luc De Meyere, Kristof Goethals, Johan Francque, Sylvie Bruyninckx, Dirk Hoste, Sylvie Van De Velde, Robert Maenhout, Ingrid De Sutter
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

Art. 1- Deze beslissing is van toepassing op personeelsleden tewerkgesteld in het woonzorgcentrum.

Art. 2- Met uitzondering van het personeel dat een attractiviteitspremie ontvangt, verhoogt de raad van maatschappelijk welzijn het variabel bedrag van de berekening van de eindejaarstoelage van het jaar 2020 met 1,1%, rekening houdend met de prestatiebreuk van het personeelslid,  zodat de nieuwe berekeningswijze voor een voltijds equivalent als volgt is: 1.288,43 euro vast bedrag + 3,6% variabel bedrag (+1,1%) = nieuw bedrag eindejaarstoelage 2020 (VTE).

Art. 3- Voor het personeel in de ouderenzorg dat tot nu toe een attractiviteitspremie ontving, verhoogt de raad voor maatschappelijk welzijn het vast bedrag tot 1.288,43 euro (inclusief het bedrag van de attractiviteitspremie 2020) en het variabel bedrag van de berekening van de eindejaarstoelage van het jaar 2020 met 1,1%, rekening houdend met de prestatiebreuk van het personeelslid, zodat de nieuwe berekeningswijze voor een voltijds equivalent als volgt is: 1.288,43 euro vast bedrag (inclusief het bedrag van de attractiviteitspremie 2020) + 3,6% variabel bedrag (+1,1%) = nieuw bedrag eindejaarstoelage 2020 (VTE).

Art. 4- De algemeen directeur neemt de nodige maatregelen opdat de personeelsleden bedoeld in artikel 1 het verschil, met name de verhoging van de eindejaarstoelage van het jaar 2020 zoals bepaald in artikel 2 respectievelijk in artikel 3, ontvangen.