Naar aanleiding van de vaccinatiecampagne tegen Covid-19, dringt de vraag zich op of personeelsleden betaald verlof krijgen om zich te laten vaccineren. Voor de statutaire personeelsleden dient de rechtspositieregeling te worden aangepast teneinde deze dienstvrijstelling toe te staan. De gemeenteraad is bevoegd voor het wijzigen van de rechtspositieregeling.
Op de ministerraad van 12 februari 2021 werd op voorstel van minister van werk Pierre-Yves Dermagne een voorontwerp van wet goedgekeurd over de toekenning van een recht op klein verlet voor werknemers met het oog op het toegediend krijgen van een vaccin ter bescherming tegen het coronavirus.
Het voorstel houdt in dat elke werknemers verbonden met een werkgever door een arbeidsovereenkomst het recht krijgt om van het werk afwezig te zijn, met behoud van loon, om zich te laten vaccineren. Om gerechtigd te zijn op het loon, moet de werknemer de werkgever vooraf verwittigen en een bewijs van vaccinatie kunnen voorleggen.
Het gaat om een tijdelijke maatregel die tot 31 december 2021 van toepassing zal zijn. Het voorontwerp wordt ter advies voorgelegd aan de Raad van State.
De contractanten bij het lokaal bestuur zullen dus, op basis van de hogere wetgeving, het recht hebben om van het werk afwezig te zijn. Lokale besluitvorming is niet nodig aangezien de wet onmiddellijk uitvoerbaar zal zijn. Het is evenwel aangewezen om de dienstvrijstelling voor de vaccinatie COVID-19 voor de statutaire personeelsleden op dezelfde manier toe te passen als voor de contractuele personeelsleden.
Voor wat betreft het statutair personeel, kunnen besturen nu al in dienstvrijstelling voorzien voor de benodigde tijd, op basis van artikel 218 het rechtspositiebesluit van 7 december 2007 dat stelt dat de raad de wijze waarop dienstvrijstellingen aangevraagd en opgenomen moeten worden, bepaalt. De raad kan ook nog andere dienstvrijstellingen regelen en bepaalt onder meer ook wie bevoegd is voor de toekenning van de dienstvrijstellingen die niet vermeld zijn in het besluit. Daartoe dient de rechtspositieregeling te worden gewijzigd, voorafgegaan door onderhandelingen met de representatieve vakorganisaties.
Er wordt voorgesteld om - om kort op de bal te kunnen spelen - de wijziging van de rechtspositieregeling te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen, althans voor wat betreft de toekenning van vaccinatieverlof Covid-19 op het moment dat:
De voorzitter vraagt de stemming voor het agendapunt: "Vaccinatieverlof voor het personeelslid bij het lokaal bestuur: Aanpassing rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel - Goedkeuring."
Art. 1- De gemeenteraad gelast het college van burgemeester en schepenen met de wijziging van de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel, voor wat betreft:
- de toevoeging van dienstvrijstelling voor de statutaire personeelsleden voor de vaccinatie tegen het COVID-19-virus.
- de toevoeging van de regelgeving voor contractuele personeelsleden voor de vaccinatie tegen het COVID-19-virus van zodra die door de hogere overheid is goedgekeurd.