De wijzigingen aan het algemeen gemeentelijk politiereglement worden goedgekeurd.
De aanpassingen van het Koninklijk Besluit van 9 maart 2014, betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen, werd recent gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Zowel het opschrift van het Koninklijk Besluit als enkele artikelen werden aangepast.
Naar aanleiding van de recente publicatie in het Belgisch Staatsblad van de aanpassing van het opschrift van het KB van 9 maart 2014 en de wijzigingen van enkele artikelen, wordt het algemeen politiereglement als volgt aangepast:
Hoofdstuk 7bis
afdeling 2 - Gemengde inbreuken op het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg
Onderafdeling 1 - Overtredingen van eerste categorie
Artikel 7bis.2.1.1
| b | Op de openbare wegen voorzien van verhoogde inrichtingen, die aangekondigd zijn door de verkeersborden A14 en F87, of die op de kruispunten alleen aangekondigd zijn door de verkeersborden A14, of die gelegen zijn binnen een zone afgebakend door de verkeersborden F4a en F4b, is stilstaan en parkeren verboden op deze inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering. |
22ter.1, 3° |
| e | Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld: - buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde kommen, op eender welke berm; |
23.1, 2° |
| g | Fietsen, voortbewegingstoestellen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken, behalve op plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°. f en 77.5, tweede lid van het koninklijk besluit van 1 december 1975. De voortbewegingstoestellen die bestemd zijn voor personen met een verminderde mobiliteit mogen altijd buiten de rijbaan en die parkeerstroken opgesteld worden. | 23.3 |
| i | Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid: | 24, lid 1 |
| - op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden; | 2° 1° | |
| - op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen; | 4° 2° | |
| - in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naast bijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering; | 7° 3° | |
| - op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijke reglementering; | 8° 4° | |
| - op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt; | 9° 5° | |
| - op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt. | 10° 6° | |
| - op de verhoogde inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering. | 7° | |
| j | Het is verboden een voertuig te parkeren: | 25.1 |
| - op de zijdelingse stroken bedoeld in artikel 75.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. | 15° | |
| n | Het niet in acht nemen van het verkeersbord C3 wanneer deze inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen. | 68.3 |
| o | Het niet in acht nemen van het verkeersbord F103 wanneer deze inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen. | 71 |
| r | Het niet in acht nemen van het verkeersbord F111, behalve wat de snelheidsbeperking betreft. | 71.2 |
| t | Het stilstaan of parkeren is verboden op witte markeringen bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan. Het niet respecteren van de witte markeringen die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen, moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. | 77.5 |
Art. 1- De wijzigingen aan het algemeen gemeentelijk politiereglement worden goedgekeurd als volgt:
Hoofdstuk 7bis
afdeling 2 - Gemengde inbreuken op het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg
Onderafdeling 1 - Overtredingen van eerste categorie
Artikel 7bis.2.1.1
| b | Op de openbare wegen voorzien van verhoogde inrichtingen, die aangekondigd zijn door de verkeersborden A14 en F87, of die op de kruispunten alleen aangekondigd zijn door de verkeersborden A14, of die gelegen zijn binnen een zone afgebakend door de verkeersborden F4a en F4b, is stilstaan en parkeren verboden op deze inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering. |
22ter.1, 3° |
| e | Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld: - buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde kommen, op eender welke berm; |
23.1, 2° |
| g | Fietsen, voortbewegingstoestellen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken, behalve op plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°. f en 77.5, tweede lid van het koninklijk besluit van 1 december 1975. De voortbewegingstoestellen die bestemd zijn voor personen met een verminderde mobiliteit mogen altijd buiten de rijbaan en die parkeerstroken opgesteld worden. | 23.3 |
| i | Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid: | 24, lid 1 |
| - op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden; | 2° 1° | |
| - op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen; | 4° 2° | |
| - in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naast bijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering; | 7° 3° | |
| - op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijke reglementering; | 8° 4° | |
| - op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt; | 9° 5° | |
| - op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt. | 10° 6° | |
| - op de verhoogde inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering. | 7° | |
| j | Het is verboden een voertuig te parkeren: | 25.1 |
| - op de zijdelingse stroken bedoeld in artikel 75.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. | 15° | |
| n | Het niet in acht nemen van het verkeersbord C3 wanneer deze inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen. | 68.3 |
| o | Het niet in acht nemen van het verkeersbord F103 wanneer deze inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen. | 71 |
| r | Het niet in acht nemen van het verkeersbord F111, behalve wat de snelheidsbeperking betreft. | 71.2 |
| t | Het stilstaan of parkeren is verboden op witte markeringen bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan. Het niet respecteren van de witte markeringen die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen, moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. |
77.5 |
Art. 2- Het gewijzigd reglement treedt in werking met ingang van 1 maart 2026 voor onbepaalde duur.
Art. 3- Dit reglement wordt bekendgemaakt conform de daartoe geldende regelgeving.